Dit is Nu

Actueel

Speciaal voor jou!

Dit is Nu

Actueel

Speciaal voor jou!

De perverse prikkel in de jeugdzorg moet verdwijnen

20 januari 2022

Je weet het wel. Maar toch. Als je er even wat langer over nadenkt is het niet logisch. In geval van een uithuisplaatsing van een jeugdige betaalt de gemeente een zorgaanbieder voor de hulp die zij levert. De gemeente betaalt voor de hulp (ambulante begeleiding), maar ook voor het bed dat gevuld is (verblijf). Dit betekent dat een zorgaanbieder er baat bij heeft om jeugdigen zo lang mogelijk bij zich te houden. Een uithuisplaatsing betekent geld in het laatje. Hoe langer de plaatsing duurt, hoe langer het bed bezet is en hoe meer hulp gegeven wordt, hoe meer geld men verdient. Er is dus sprake van een perverse prikkel, die de doelen van de jeugdwet in de weg staat.

Dit leidt niet alleen tot (te) hoge kosten voor gemeentes, maar ook en vooral tot een hele hoop kinderen die niet (meer) thuis opgroeien. Uiteraard zijn er situaties waarin een kind beter af is buiten het eigen (t)huis en gezin. Wanneer er echter een perspectief is om terug naar huis te gaan, moet er wel een prikkel zijn om hieraan te werken. Samenwerking tussen de zorgaanbieder en ouders van de jeugdige is hierbij noodzakelijk. Te meer omdat de redenen voor een uithuisplaatsing meestal niet los te zien zijn van het gezin. Dit betekent dus dat er integrale hulp aan gezinnen nodig is. Gemeentes zouden juist dit moeten stimuleren.

Een vastgelopen systeem
Het constant vullen en bezet houden van bedden maakt dat een plaatsing steeds moeilijker te realiseren is. Het kost tijd om een plek te vinden, want de bedden zijn vol en de wachtlijsten zijn lang. Dit kan ertoe leiden dat de problemen groter worden. Wanneer een jeugdige langer thuis blijft, raken relaties verder beschadigd, er worden dingen gezegd en de oplossing komt verder uit zicht. Hierdoor bestaat de kans dat de uithuisplaatsing langer duurt als er uiteindelijk een plek is gevonden. Wat ook veel voorkomt is dat een jeugdige ver weg van huis wordt geplaatst. De jeugdige komt verder weg van zijn vrienden, eigen school en sociale netwerk. Hoe kan men werken aan een oplossing als er een grote afstand is tussen de jeugdige en het gezin? Bovendien kan dit voelen als een straf voor de jeugdige wanneer hij/ zij uit zijn eigen omgeving wordt gehaald en ver weg is van vrienden en (sport)verenigingen.

Jeugdprofessionals zijn in dit systeem lang bezig met het zoeken naar een plek. Wanneer een jeugdige (eindelijk) geplaatst is, zijn zij vooral opgelucht en kunnen ze door met de volgende casus. Hierdoor is er te weinig aandacht voor het werken aan herstel van de thuissituatie. De wachtlijsten en wachttijden lopen intussen verder op.

Hoe is dit systeem te doorbreken?
Gemeentes moeten daadwerkelijk andere beleidskeuzes maken om dit systeem te doorbreken. Dat betekent experimenteren met oplossingen die niet voor de hand liggend zijn. Een mogelijke oplossing is niet de jeugdige uit huis plaatsen, maar de ouder. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een verstoorde relatie van de ouders, waarvan de jeugdige de dupe is. Waarom plaatsen we dan de jeugdige uit huis en niet de ouder? Waarom straffen we de jeugdige voor het gedrag van de ouder(s)?

Een andere mogelijke oplossing is dat gemeentes actief beleid gaan voeren om jeugdigen dicht bij huis te plaatsen. Uiteraard is dit niet altijd wenselijk of mogelijk wanneer er specialistische hulp nodig is. Maar voor het werken aan herstel van de gezinssituatie en het verkorten van de duur van een uithuisplaatsing is dit helpend. De jeugdwet stelt dat jeugdigen opgevangen moeten worden, zonder te specificeren waar. Dit betekent dat gemeentes geen jeugdigen uit andere woonplaatsen mogen weigeren. Maar gemeentes kunnen zich wel inspannen om jeugdigen zo dicht als mogelijk bij huis te plaatsen. Een gemeente is immers eerst en vooral verantwoordelijk voor de eigen inwoners en niet voor de inwoners van andere gemeentes. Daarom zou een gemeente ervoor kunnen kiezen om, in samenwerking met lokale zorgaanbieders, voorrang te geven aan jeugdigen uit de eigen gemeente. Dit betekent misschien dat een bed wat langer leeg staat, omdat het wordt vrij gehouden voor een jeugdige uit de eigen gemeente. Maar het potentiële resultaat is dat het aantal uithuisplaatsingen, of toch in ieder geval de duur ervan, vermindert. Hoewel dit een inspanning vraagt, zowel van de gemeenten als van de zorgaanbieders, is het wel een potentiële besparing op de kosten voor de jeugdhulp.

De vraag is echter: durven gemeentes het aan om dit soort out-of-the-box oplossingen in praktijk te brengen?

 

Sofie Kemps

Senior Beleidsadviseur

Terug naar overzicht

Waar ben je naar op zoek?