Gunningssystematiek binnen het sociaal domein

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Op dit moment geldt voor alle gemeentelijke inkooptrajecten binnen het sociaal domein het zogenaamde EMVI-principe, de Economisch Meest Voordelige Inschrijving. Bij het EMVI-principe wordt steeds een wisselende verdeling toegekend aan de sub-gunningscriteria prijs en kwaliteit. Een gemeente die in een achterliggende periode kwaliteitsproblemen ondervonden heeft, kent bij het bepalen van de weging het hoogste gewicht toe aan het sub-gunningscriterium kwaliteit. Bij gemeenten waar prijs een grote rol speelt, wordt het hoogste gewicht toegekend aan het sub-gunningscriterium prijs.

Inmiddels zijn leveranciers binnen het sociaal domein zeer bedreven in het schrijven van hun offertes voor gemeentelijke inkooptrajecten. Op sub-gunningscriterium kwaliteit zijn daardoor de onderlinge kwaliteitsverschillen steeds moeilijker te duiden en te waarderen. Als gevolg daarvan is het sub-gunningscriterium prijs steeds belangrijker geworden, omdat deze zuiver en objectief vast te stellen is. Of men nu 30% of 60% van de weging toekent aan het sub-gunningscriterium prijs, de prijs wordt doorslaggevend in de uiteindelijke gunning.

Gemeente moeten opdrachten vanuit de aanbestedingswet gunnen op basis van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving. Maar deze systematiek leidt toch vaak tot gunning op basis van de laagste prijs. Meestal door de verkeerde wegingsverhouding te kiezen en veel waarde toe te kennen aan het onderdeel prijs en minder waarde aan de kwaliteit.

Dit geeft in de praktijk een aantal ongewenste effecten:

  • Leverancierswisselingen voor (soms) zeer geringe prijsverschillen;
  • Prijsdruk welke bij leveranciers leidt tot lagere kwaliteit;
  • Sterke toename op het monitoren van de contracten.

Gemeenten willen een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de verstrekking van diensten en voorzieningen in het sociaal domein tegen een maatschappelijk verantwoorde prijs. Als de inkooptrajecten gevolgd worden conform deze gunningssystematiek dan lopen gemeenten het risico in zee te gaan met leveranciers die gekozen zijn op basis van de parameter prijs en niet op die van kwaliteit. Factum stel een andere oplossing voor. Dicteer vooraf de prijsstelling aan de inschrijvers! Daarmee wordt het sub-gunningscriterium prijs feitelijk onbelangrijk voor de inschrijvers bij het gegund krijgen van de opdracht. Leveranciers zullen zich moeten focussen op kwaliteit en het eigen onderscheidende vermogen ten opzichte van de concurrent(en). Door het vaststellen van een financiële bovengrens per inkooptraject en deze op te nemen in de aanbestedingsdocumenten, kunnen zowel de financiële als kwalitatieve doelstellingen van de gemeenten behaald worden. Willen gemeenten de prijsprikkel bij de leveranciers niet volledig weghalen, dan kan aan de inschrijvers de mogelijkheid geboden worden om voor een lagere prijs in te schrijven. In dat geval dient wel een “gezonde” ondergrens te worden vastgelegd in de inkoopdocumenten, zodat de kwaliteit van de diensten en/of producten niet in het geding komen. Het devies is wel om deze financiële ondergrens maximaal 10% onder de financiële bovengrens vast te stellen om de eerdergenoemde negatieve effecten te voorkomen.

Als laatste is een goede verdeling van de wegingsfactoren prijs en kwaliteit van groot belang. Omdat het sub-gunningscriterium prijs vooraf is bepaald, kan deze ook laag worden gewogen ten behoeve van de gunningsuitslag. Weeg tenslotte het sub-gunningscriterium kwaliteit hoog. Hoe hoger deze wegingsfactor is, des te eenvoudiger er ook significante verschillen kunnen worden geduid in de puntenuitslag op kwaliteit. Wij adviseren als uitgangspunt om een wegingsfactor van 70% voor het sub-gunningscriterium kwaliteit en 30% voor het sub-gunningscriterium prijs.

Door te kiezen voor deze gunningssystematiek wordt het EMVI-principe in onze optiek het beste uitgewerkt. Het EMVI-principe wordt daarmee een KMVI-principe. De Kwalitatief meest voordelige inschrijving.

Hans Scholten

Hans Scholten