Verantwoord inkopen binnen het sociaal domein

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Gemeenten hebben de extra taak gekregen om begeleiding en jeugdhulp te organiseren. Binnen het sociaal domein is daardoor het aantal aanbestedingsprocedures van deze diensten fors toegenomen. Ruim 300.000 jongeren tussen de nul en zeventien jaar ontvangen één of andere vorm van psychosociale hulp. Daarnaast krijgen circa 100.000 mensen van achttien jaar en ouder een vorm van begeleiding die onder de nieuwe taken valt.

Door de stelselwijziging moet deze zorg nu lokaal en dus op microniveau worden georganiseerd. Daarbij wordt verondersteld dat het organiseren van zorg op lokaal niveau zorgt voor meer efficiency en dat maatwerk kan worden geleverd aan de cliënt, waardoor de zorg goedkoper wordt. Op basis van die veronderstelling is op voorhand een budgetkorting doorgevoerd die in sommige gevallen is opgelopen tot 25%.

Er kleven echter ook grote bezwaren aan de decentralisatie. De complexiteit van de inkoop en de daaruit voortvloeiende administratieve moloch wordt, onderschat. Het gebrek aan samenwerking tussen gemeenten heeft geleid tot heel veel, in mijn ogen onnodige, aanbestedingsprocedures. De hieruit volgende contracten zijn mede door deze differentiële aanpak zeer divers geworden. Waar zorgaanbieders en hulpverleningsinstanties in het verleden afspraken maakten met alleen de provincies en de zorgkantoren moeten ze nu met ruim vierhonderd gemeenten in gesprek gaan. Daardoor stijgt het aantal onderhandelingsmomenten en neemt ook het aantal contracten flink toe. Door deze toename neemt ook de diversiteit van de bijbehorende werkafspraken toe. Deze extra administratieve last zorgt voor onnodige kostenstijging bij de aanbieders en draagt in sterke mate bij aan onnodige complexiteit in de dagelijkse operatie van de zorgaanbieders.

Ik pleit binnen het sociaal domein voor meer inkoopsamenwerking tussen gemeenten en landelijke uniformiteit van aanbestedingsprocedures. Landelijke normeringen voor prijzen en kwaliteit van jeugdhulp en begeleiding kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Deze normen kunnen vervolgens prima decentraal worden uitgevoerd in lokaal aanbestedingsbeleid. Aanbestedingsprocedures zijn op dit moment te vaak gericht op het bereiken van lokaal gemeentelijk beleidsresultaat en houden geen of onvoldoende rekening met de gevolgen voor de inschrijvers. Ik ben van mening dat gemeentelijk beleidsresultaat dient te worden gehaald uit het adequaat regelen van de zorgtoegang en het creëren c.q. mogelijk maken van alternatieven. Ook het monitoren van de gesloten contracten via zorgvuldig geformuleerde kwaliteits- of prestatie-indicatoren is een evident middel voor het behalen van deze beleidsresultaten. Aanbieders moeten doen waar ze goed in zijn, namelijk het bieden van kwalitatief hoogwaardige zorg die dicht bij de cliënt is georganiseerd. Er ligt volgens mij een belangrijke taak bij de koepelorganisaties van aanbieders en de VNG om de bewustwording op dit vlak te vergroten. Met het vereenvoudigen en uniformeren van de inkoop- en aanbestedingsprocedures zal de kwaliteit van de zorg toenemen. Dan kan het beoogde oorspronkelijke doel, namelijk kwalitatief hoogwaardige zorg die dichtbij de cliënt is georganiseerd, tegen een maatschappelijk verantwoord tarief worden bereikt.

Hans Scholten

Hans Scholten