Zelfredzaamheid en/of participatie

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Situatieschets: Ik was op een ochtend een klein uurtje te gast bij de alleenstaande mevrouw Stram van 81 jaar, omdat mevrouw graag een pasje wilde voor de regiotaxi om te kunnen reizen tegen een gereduceerd tarief.

Mevrouw Stram had door haar beperkingen steeds meer moeite gekregen met het reizen met het openbaar vervoer. Fietsen deed zij al jaren niet meer en lopen ging moeizamer, maar lukte haar desondanks nog redelijk “met rollator in eigen tempo”. Loopafstand zonder rusten zo’n 800 meter. Zij had géén kinderen, maar wel een nichtje en een zwager, waar vroeger regelmatig contact mee was. Zij had weinig speciale hobby’s; hield van puzzelen en lezen en ze was -zoals ze zelf zei-: “geen verenigingsmens”.

Mevrouw voelde zich soms eenzaam en wat somber, omdat haar partner en familie allemaal om haar heen waren weggevallen. Zij liet het altaartje aan mij zien met de foto van haar overleden echtgenoot en broers.

Mevrouw leek mij wat aan het vereenzamen. Haar huishouden draaide -dankzij een fijne huishoudelijke hulp en wat kant en klare maaltijden- nog op redelijk aanvaardbaar niveau. De winkels waren vlakbij, mevrouw deed zelf wat lichte boodschapjes. Haar cognitie was nog prima in orde.

De vervoersbehoefte van mevrouw Stram was de volgende:

Zij wilde met de regiotaxi naar de specialist in het ziekenhuis, op bezoek bij haar nichtje een stad verderop en naar haar zwager in het verpleeghuis aan de andere kant van het dorp. Met de bus kwam ze er nauwelijks toe, zag er tegenop, maar in feite kon ze het fysiek nog wel. Mevrouw vertrouwde niet zomaar eventuele vrijwilligers en buren wilde ze hiermee niet lastig vallen.

Regels

De gemeente heeft de volgende drie pijlers voor de Wmo geformuleerd:

  1. Bevorderen van de maatschappelijke participatie;
  2. Vergroten van de zelfredzaamheid;
  3. Uitgaan van eigen kracht van de burgers en van de samenleving.

Uitgangspunt hierbij is dat de primaire verantwoordelijkheid voor maatschappelijke participatie bij de mensen zélf en bij hun sociale omgeving ligt en pas in latere instantie bij de gemeente (in de vorm van een algemene- of maatwerkvoorziening).

Overweging

Ik schets twee overwegingen;

  1. Als de verantwoordelijkheid voor het reizen bij mevrouw zelf ligt, zou mevrouw haar eigen taxi kunnen regelen, of met enige moeite zélf met het openbaar kunnen reizen. De gemeente bereikt dan een grotere “zelfredzaamheid van de burger”, wat ook goed is voor haar zelfvertrouwen. Ofwel, er is hier eigenlijk geen fysiek probleem.

Alleen… mevrouw gaat dan niet meer de deur uit, omdat zij er tegenop ziet de bus te pakken, die verderop in haar straat stopt. Zij durft niet bij slecht weer en in het donker te reizen doordat ze bang is om uit te glijden en overvallen te worden. De financiën spelen hierbij een kleine rol én de verminderde mobiliteit ook.

  1. Als de gemeente de “maatschappelijke participatie van de burger” wil bevorderen, zou deze vanuit de Wmo de vraag om de vervoersvoorziening kunnen faciliteren met het goedkopere tarief van de regiotaxi, zodat mevrouw gemakkelijker naar haar familie zou kunnen reizen. Mevrouw zou geen financiële reden hebben om te besluiten thuis te blijven, minder angstig zijn en mevrouw wordt gestimuleerd om actiever deel te nemen aan de maatschappij.

Als de gemeente uitgaat van de eigen kracht van de burger is mevrouw Stram in staat om haar eigen boontjes te doppen, waarom zou de gemeente dan de Wmo-pot moeten aanspreken?

Echter de gemeente moet toch ook zorgen voor participatie van de burger.

Dit is een dilemma waarmee ik als Wmo-adviseur worstel bij de afweging wel of geen vervoersvoorziening te verstrekken. Sommige gemeentes voeren een streng beleid, andere zijn wat soepeler. Maatwerk blijft ook hier van belang.

Wat zou u doen in dit geval?

Blog gebaseerd op feitelijke casus, geanonimiseerd

Miep van de Boom

Miep van de Boom

Miep is een ervaren allround Wmo-adviseur van Factum. Ze weet met veel energie, een heldere manier van communiceren en een brede blik mensen te enthousiasmeren en te mobiliseren. Miep denkt in oplossingen en heeft, vanwege haar ruime werk- en levenservaring, het vermogen om situaties snel te doorgronden. Aanpakken en doen wat nodig is vanuit zowel cliënt- als gemeentebelang kenmerkt haar.