Transformatie van de jeugdzorg

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Transformatie van de jeugdzorg

Met de decentralisatie van de Jeugdzorg in 2015 is wederom een transformatie gestart. Daar waar de decentralisatie het doel had de toegang van provinciaal naar gemeentelijk niveau te verleggen, in de praktijk zelfs op wijkniveau, is deze operatie veelal geslaagd. De decentralisatie heeft echter meer voeten in de aarde. De dieper liggende transformatie vergt meer tijd omdat hier een veelvoud aan oude, onbeantwoorde, en inmiddels nieuwe dilemma’s spelen.

Wanneer de uitgangspunten zijn dat ieder kind gezond en veilig kan opgroeien, zijn of haar talenten moet kunnen ontwikkelen èn naar vermogen mee gaat doen, rijst de vraag of de kaders niet te breed zijn opgesteld in de Jeugdwet. Men kan nu al stellen de het aanbod onbetaalbaar is geworden met de huidige tekorten bij gemeenten. Bovendien, met een indicatie in de hand is jeugdhulp niet langer een recht, maar een plicht waaraan de gemeente dient te voldoen.

Het Expertiseteam dat 25 maart jl. haar advies ‘De kracht van wijdt rijken’ aan VNG publiceerde vindt dat de kaders juist niet te breed zijn. De openheid van de Jeugdwet geeft “vrijheid om – over de grenzen van wetten heen – te doen wat nodig is. Het categorisch verbieden van bepaalde vormen van jeugdhulp maakt maatwerk onmogelijk en gaat voorbij aan de beleidsvrijheid van gemeenten”, aldus het advies.
Zo blijft de nijpende vraag om een quick fix voor afbakening van de Jeugdhulp onbeantwoord. Hoe gaan we volgens deze commissie dan om met de openstaande vragen over het gebrek aan samenwerking rond kinderen en gezinnen, de te grote druk op specialistische zorg, de onnodige medicalisatie en het betaalbaar en houdbaar houden van de zorg?

Het advies bevat veel open deuren, roept onder andere op tot een maatschappelijk debat en wijst op ontwikkelingen waar gemeenten weinig aan kunnen doen, zoals de schaalgrootte van aanbieders op deze open markt. Toch waag ik een korte poging tot concrete handvatten.

Laten we beginnen met het gebrek aan samenwerking rond kinderen en gezinnen. Het streven naar één gezin, één plan, één regisseur gaat enkel werken als het Rijk (ministeries en parlement) ook ruimte in de verschillende wettelijke kaders gaat bieden om maatwerk en integrale hulp mogelijk te maken. Tot op heden zag het Ministerie van SZW hier geen (meer)waarde in, en het parlement heeft ‘omwille van de privacy’ allerlei goedbedoelde voorstellen afgeschoten. Een regisseur moet de uitvoering van het plan ook kunnen volgen, anders weet men nooit of er inderdaad tot een effectief, en onder de streep voordeliger, resultaat is gekomen.

De huisartsen zetten op eigen initiatief, of in samenwerking met de gemeente steeds vaker een jeugdgezondheidswerker in, opdat de druk op specialistische zorg hanteerbaar blijft en onnodige medicalisatie wordt voorkomen.

Wanneer de wethouder vraagt: waar zit er ‘juridisch’ nog lucht in de Jeugdwet?, dan is een antwoord: binnen de gemeente kan wellicht nog beter worden samengewerkt bij casuïstiek op het snijvlak van jeugd en (passend) onderwijs. Een voorziening valt wellicht onder een ander potje te scharen. Dat kan lokaal in de begroting zijn (jeugd versus onderwijs), of landelijk: Jeugdwet versus Zvw of WLZ. Zo zijn de gemeente Arnhem en de regio Flevoland aan de slag gegaan.

Zo concreet maakt het expertiseteam het niet. Zij stuurt je met vijf bouwstenen voor een ontwikkelagenda aan de slag. Dat is leuk als je tijd, geld en fte hebt, opdat je ontwikkeltafels gaat organiseren, integraal kan gaan werken en innoveren met strategisch belangrijke aanbieders. Het is een luxe die gemeenten zich niet kunnen verloven. Met de groeiende tekorten zit de gemeenteraad de wethouders op de hielen. Het ongeduld is groot, al in de aanbesteding voor komende inkoopperiode (2021-2024) willen wethouders tastbare transformatiedoelstellingen zien. Ondertussen is er een ‘race naar de bottom’ gaande waardoor VWS zich genoodzaakt ziet te werken aan een AMvB reële kostprijs in de jeugdzorg.

Gemeenten willen naast een quick fix, weten hoe om te gaan met de 85% van de jeugdigen die relatief makkelijk te plaatsen zijn en de 15% waarbij het allemaal moeizamer gaat.[1] Pas dán kunnen zij richting geven aan het partnerschap, inrichtingskeuzes en de andere bouwstenen waar het expertiseteam over rept. Een juridische handreiking is inmiddels door Tim Robbe geschreven.[2]

Ik ben benieuwd hoe de VNG binnenkort op het rapport van het Expertiseteam reageert.

Wanneer de VNG onderschrijft dat de transformatie inderdaad meer tijd vergt, ben ik benieuwd of het Rijk bereid is financieel bij te springen voor de duur van de beoogde transformatie.

[1] https://www.linkedin.com/posts/timrobbe_2020-02-25-expertiseteam-concept-activity-6648604851783688193-Yzou/

[2] https://www.sociaalweb.nl/jurisprudentie/wat-is-de-afbakening-van-de-jeugdhulpplicht-in-de-jeugdwet-het-juridische-antwoord-met-bestuurskundige-gedachten

 

 

Theijs van Welij

Theijs van Welij

Theijs is een adviseur in hart en nieren met ruime ervaring met Jeugd, Wmo en Participatie in rollen als beleidsadviseur, projectleider en contractmanager. Gedreven en gestructureerd werkt hij naar concrete resultaten toe. Theijs is analytisch sterk, neemt graag het initiatief en beschikt over vaardigheden die nodig zijn om integraal te werken.